Nieuws

Kan de fiscus onbeperkt navorderen ?

Sinds 1 januari 2012 geldt een onbeperkte navorderingstermijn voor geërfd vermogen dat wordt gehouden in het buitenland. Deze onbeperkte navorderingsbevoegdheid geldt echter niet voor gevallen waarin de navorderingsbevoegdheid al was vervallen op 1 januari 2012. Dit blijkt uit een uitspraak van Rechtbank Noord-Holland.

Vader overleed op 21 september 1981 en beschikte toen over vermogen in Zwitserland. De fiscus wist niet van het bestaan van dit buitenlandse vermogen en in de aangifte successierecht, die in 1982 was ingediend, was hiervan ook geen melding gemaakt. Op 30 december 2011 deden de erfgenamen eindelijk hiervan een melding. In 2013 volgde een navorderingsaanslag voor het successierecht. De inspecteur was daarbij uitgegaan van een verkrijging van € 453.780 (fl. 1.000.000) per erfgenaam. Volgens de erfgenamen kon de navorderingsaanslag niet in stand blijven, omdat de fiscus - onder de wetgeving die vóór 1 januari 2012 gold - de erfbelasting na verloop van twaalf jaar niet meer kon navorderen.

Navorderingsbevoegdheid

De rechter stelde de erfgenamen in het gelijk. Uit de letterlijke wettekst volgt namelijk niet dat aan de bepaling onbeperkte terugwerkende kracht toekomt bij nalatenschappen, waarvoor de bevoegdheid tot navordering al is vervallen. De in de tijd onbeperkte navorderingsbevoegdheid geldt niet voor die gevallen. Uit de parlementaire geschiedenis volgt evenmin dat de wetgever bedoeld heeft om onbeperkte terugwerkende kracht aan de regeling te verlenen, in die zin dat ook in de gevallen waarin de navorderingsbevoegdheid al was vervallen op 1 januari 2012 die bevoegdheid zou herleven. De staatssecretaris beoogde bovendien alleen nalatenschappen waarvoor de verlengde navorderingstermijn van twaalf jaar nog niet was verstreken op 1 januari 2012 onder de bepaling te laten vallen. Dit blijkt uit de toelichting op het amendement van Braakhuis en Bashir tijdens de behandeling van de Overige fiscale maatregelen 2011 en de antwoorden van de staatssecretaris.

Vermogensbeheer in Nederland

De erfgenamen van een man met participaties in buitenlandse beleggingsfondsen hadden minder geluk. Deze beleggingen werden sinds 2001 beheerd door een Nederlandse bv. Toen de fiscus hierachter kwam kregen de erfgenamen een navorderingstermijn opgelegd met toepassing van de verlengde navorderingstermijn van 12 jaar. De Hoge Raad zag geen reden om de navorderingsaanslag te vernietigen, want er was duidelijk sprake van in het buitenland aangehouden vermogen. Dat het beheer van de beleggingen in Nederland had plaatsgevonden, was irrelevant. De Hoge Raad stelde de inspecteur in het gelijk en verklaarde het beroep in cassatie van de erfgenamen ongegrond.

Laatste nieuws

20-06-2017

Sportieve prestatie voor het goede doel !

Lees meer

01-06-2017

Per 1 januari 2018 is algehele gemeenschap van goederen niet langer de standaard

Lees meer