Nieuws

Twee uitspraken waarbij huurtoeslag wordt geblokkeerd door schenking

Twee uitspraken waarbij huurtoeslag wordt geblokkeerd door schenking

Casus 1:

X huurt een woning van haar vader. Volgens de Belastingdienst heeft X geen recht op huurtoeslag omdat er geen huurbetalingen hebben plaatsgevonden. X stelt dat zij wel recht heeft op huurtoeslag omdat haar vader maandelijks een geldbedrag ter grootte van de verschuldigde huur schonk die vervolgens werd verrekend met de maandelijkse huur.
De afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State is met de Rechtbank van oordeel dat het doel en de strekking van de regeling tot het toekennen van huurtoeslag zich ertegen verzetten dat aanspraak op huurtoeslag bestaat als een schenking wordt verrekend met de huur. Anders dan X betoogt, leidt dit niet tot een ongerechtvaardigd onderscheid tussen enerzijds een huurder die de verschuldigde huur onmiddellijk met een schenking van zijn ouders (die tevens verhuurder zijn) verrekent waardoor geen betaling van de huurder aan de verhuurder plaatsvindt en anderzijds een huurder die maandelijks een onderhoudsbijdrage van zijn ouders ontvangt en met deze bijdrage de huur betaalt aan zijn ouders (die tevens verhuurder zijn) of aan een woningbouwvereniging die als verhuurder optreedt. In het tweede geval draagt de huurder daadwerkelijk de kosten van het huren van een woning en in het eerste geval niet. De voorwaarde dat huurkosten daadwerkelijk moeten worden gedragen, wordt gesteld vanwege het belang van controle op een juiste besteding van overheidsgelden. Ingeval de huurkosten niet daadwerkelijk worden betaald, kan deze controle niet plaatsvinden. Uit het vorenstaande volgt dat de Rechtbank terecht tot het oordeel is gekomen dat X niet heeft aangetoond dat zij daadwerkelijk kosten heeft gemaakt voor het huren van de woning zodat zij geen aanspraak op een tegemoetkoming in de huurkosten heeft.
Afd. bestuursrechtspraak RvSt 16 september 2015, nr 201409147/1/A2 (RVS:2015:2904)

Casus 2:

Het vermogen van Y bestaat grotendeels uit een niet-opeisbare vordering van ruim € 44.000 die hij krachtens een papieren schenking van zijn ouders heeft ontvangen. Volgens de Belastingdienst heeft Y hierdoor geen recht op huurtoeslag omdat krachtens artikel 7 lid 3 Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen (Awir) als hoofdregel geen recht op een tegemoetkoming bestaat als bij de belanghebbende over het berekeningsjaar een voordeel uit sparen en beleggen ex artikel 5.2 Wet IB 2001 in aanmerking wordt genomen. Y stelt dat artikel 7 lid 3 Awir buiten toepassing moet worden gelaten gelet op de bijzondere omstandigheden van zijn geval. Hij stelt daartoe onder meer dat zijn draagkracht door het inkomen in box 3 is afgenomen en dat hij uit de schenking slechts een papieren voordeel heeft omdat de ontvangen rente volledig wordt gekort op zijn bijstandsuitkering en hij niet over de schenking kan beschikken. Verder ligt zijn inkomen op of onder bijstandsniveau.
De afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft onder meer overwogen dat in artikel 9 Uitvoeringsregeling Awir limitatief is geregeld wanneer artikel 7 lid 3 Awir niet geldt. Het geval van Y valt hier niet onder. De door Y gestelde omstandigheden dat hij feitelijk geen voordeel van de schenking heeft, daarover niet kan beschikken en een laag inkomen heeft, brengen niet met zich dat het vermogen buiten beschouwing moet worden gelaten.
Afd. bestuursrechtspraak RvSt 25 mei 2016, nrs 201505172/1/A2 e.a. (RVS:2016:1390)


Laatste nieuws

10-11-2017

Trouwen en geregistreerd partnerschap aangaan vanaf 2018

Lees meer

18-10-2017

Pas op voor de misverstanden en valkuilen van de nieuwe gemeenschap van goederen!


Lees meer